De geschiedenis van de caravan De geschiedenis van de caravan Over het ontstaan van de caravan doen allerlei verhalen de ronde. Men zegt dat Taras Bulba zich reeds in een door ossen getrokken wagen met daarop een tent liet voortbewegen. Van Napoleon is bekend dat deze een stafwagen had waarin hij krijgsbesprekingen hield en alle kaarten waren opgeslagen. Als men zich bij veldslagen snel moest verplaatsen, werd deze wagen ook als slaapwagen voor Napoleon gebruikt. Helaas is deze wagen tijdens een brand in 1955 in een museum in Engeland verloren gegaan. De eerste verhalen over de caravan dateren uit 1837. James Sanger, een artiest die een circus leidde, liet een wagen bouwen waarin hij met z'n gezin kon slapen en waarin hij allerhande materiaal kon opslaan. Opbouwlengte en -breedte waren 3,25 m en 2,19 m, met stahoogte. In 1840 beschreef Charles Dickens de caravan van mevrouw Jarley ; zij reed rond met een door twee paarden getrokken verrijdbare woning met wassen beelden. Gedurende deze en latere tijden werden er diverse soorten woonwagens voor rondtrekkende mensen, handelaren en artiesten gebouwd. De eerste caravan welke als recreatievoertuig diende, werd in 1884 door R.W. Gordon Stables, een gepensioneerde Engelse arts en kinderboekenschrijver, in gebruik genomen. De bouwkosten bedroegen 300 Engelse pond. Dit vierwielige voertuig werd door twee paarden getrokken en had, naast het woonvertrek, nog een keuken. Het geheel woog zonder paarden en huisraad 1400 kg. De koetsier sliep onderweg in een logement; de knecht sliep op een matrasje op de keukenvloer. Overdag reed de knecht op een driewieler voor de caravan uit om te zien of de weg voor dit "Land Yacht The Wanderer" begaanbaar was. In 1897 werd de eerste, door een machine getrokken caravan gebouwd door de firma Jeanstand te Parijs, in opdracht van de prins Van Oldenburg, die met een 30 pk sterke stoommachine de Kaukasus over wilde trekken. Het verloop van de reis is onbekend. Na Gordon Stables werd het land door steeds meer heren op dezelfde wijze doorkruist; zij noemden zich "Gentlemen Gypsies". Dit leidde tot de oprichting van de "Caravan Club of Great Britain and Ireland", met Gordon Stables als eerste voorzitter. Een van de eerste caravanbouwers is Eccles in 1912. De eerste eenassige caravan werd in 1914 door Frederick Alcock gebouwd. Na Eccles volgen firma's als Cheltenham, Winchester, Carcruiser en vele andere: zij vervolmaakten de caravan tot een comfortabele reiswagen. In de jaren dertig kreeg de caravan wat meer stroomlijn; er werd zelfs met windweerstand rekening gehouden. Vóór de Tweede Wereldoorlog had de caravanbouw op het Europese vasteland nog weinig betekenis. Na de oorlog begonnen de caravanbouwers zich schoorvoetend te ontwikkelen, tot zij zich in de jaren zestig het grootste aandeel in de markt verwierven. Tijdens de oliecrisis in 1973/1974 gingen veel caravanbouwers failliet, terwijl de overgebleven bouwers zich vooral toelegden op het maken van lichtere en compactere (qua constructie) caravans, die nu het straatbeeld bepalen.